Klachtenprocedure

  1. Wie kan klacht indienen bij de Cultuurpactcommissie?
    Iedereen die vindt dat de bepalingen van de cultuurpactwetgeving geschonden werden, kan klacht indienen bij de Cultuurpactcommissie.  Zowel privé-personen, gebruikersgroeperingen, ideologische of filosofische strekkingen als culturele organisaties kunnen zich tot de commissie wenden.  Bij de indiening van een klacht moeten zij een belang doen blijken of van oordeel zijn enig nadeel geleden te hebben.
  2. Waartegen kan men klacht indienen?
    Men kan klacht indienen tegen alle overtredingen tegen de bepalingen van de cultuurpactwetgeving. Een klacht kan gericht zijn tegen een overheidsbeslissing die een van de bepalingen uit hoofdstuk 3 tot 9 van de cultuurpactwetgeving schendt (deelneming aan de voorbereiding en de uitvoering van het cultuurbeleid, deelneming aan het bestuur van de culturele instellingen, gebruik van de culturele infrastructuur, subsidiëring, waarborgen inzake geïndividualiseerde aanmoedigingen, gebruik van de communicatiemiddelen,...).
  3. Wanneer moet men klacht indienen?
    De klacht moet de Cultuurpactcommissie bereiken binnen een termijn van zestig dagen na de datum waarop de bestreden overheidsbeslissing werd bekendgemaakt of betekend. Als er geen openbare bekendmaking plaatsvond (bijvoorbeeld in het Staatsblad, de notulen van een gemeenteraad, ...) of als de bestreden overheidsbeslissing niet aan de klagende partij werd betekend, dan begint de termijn van zestig dagen te lopen vanaf de dag waarop de klagende partij er kennis van kreeg.

    Wanneer de klagende partij zich met haar klacht eveneens tot de Raad van State kan wenden om de nietigverklaring van de bestreden overheidsbeslissing te vorderen, dan wordt de indieningstermijn voor een verzoekschrift tot nietigverklaring bij de Raad van State opgeschort door een regelmatig ingediende klacht bij de Cultuurpactcommissie (artikel 25, lid 2 en 3).

    Een klacht bij de afdeling Administratie van de Raad van State schorst echter niet de indieningstermijn bij de Cultuurpactcommissie.

    Belangrijk is dat de termijnen bepaald in artikel 25, termijnen van verval zijn.  Als een klacht na de termijn van zestig dagen wordt ingediend, dan wordt het verzoekschrift onontvankelijk verklaard.  Als het advies niet verstrekt wordt binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van 60 dagen, dan vervalt bovengenoemde opschorting bij de Raad van State.

  4. Hoe moet men klacht indienen?
    De klacht moet per aangetekende brief aan de Cultuurpactcommissie worden overgemaakt door middel van een ondertekend verzoekschrift (artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 juni 1976 tot regeling van de rechtstoestand van de voorzitters en van de leden van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie en tot regeling van de werking ervan).  Het verzoekschrift moet een korte beschrijving van de aangeklaagde feiten bevatten en de geschonden hoofdstukken of artikelen van de cultuurpactwet aangeven.  Op dit punt is de commissie echter vrij soepel.  Het volstaat dat zij op een schending van de wetgeving geattendeerd wordt.  Zij zal zich dan later door haar inspectiediensten volledig op de hoogte laten stellen.  Strikte vereisten zijn echter wel de termijn van zestig dagen, het versturen van het verzoekschrift per aangetekende brief en het ondertekenen van de klacht.
  5. Waar moet men klacht indienen?
    De klacht moet aangetekend verstuurd worden aan de voorzitter en de leden van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie, Hertogsstraat 4, 1000 Brussel.
  6.  Verdere procedure
    Eens de klacht door het bureau van de commissie geregistreerd werd, begint de onderzoeksprocedure te lopen.  De Cultuurpactcommissie beschikt hiertoe over een compact ambtenarenkorps en kan desgevallend sommigen van haar leden tot een onderzoek ter plaatse gelasten.  Zij neemt contact op met beide partijen en kan alle inlichtingen inwinnen en zich alle documenten laten voorleggen die zij voor het onderzoek nodig acht.  De commissie kan ook besluiten tot het horen van getuigen.

    De commissie moet in de eerste plaats een verzoening tussen beide partijen tot stand proberen te brengen.  De commissie is immers in eerste instantie een verzoeningsorgaan.  Zij formuleert pas een advies over de gegrondheid van de klacht als geen verzoening kon worden bereikt.

    Dit advies is met redenen omkleed en duidt de bepalingen aan die geschonden zijn.  Om haar advies kracht bij te zetten, voegt de commissie hieraan gewoonlijk enkele aanbevelingen toe.  Deze aanbevelingen kunnen zowel gericht zijn tot de betrokken overheid als tot de voogdijoverheid.  Zij hebben tot doel het gegeven advies te doen naleven.  Belangrijk is nog dat deze adviezen gegeven worden tijdens een openbare zitting die door alle belangstellenden kan bijgewoond worden.  Alle betrokken partijen, de ministers van Cultuur en ook de voogdijoverheden krijgen een afschrift van dit advies.

  7. Uitbreiding van de procedure
    De jongste jaren treden de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie en haar administratie steeds vaker op als een moderne ombudsdienst.  Bij wijze van preventie en informatieverstrekking, kunnen de inspectiediensten op vraag van overheidsinstanties, verenigingen of particulieren ook zonder dat een klacht werd ingediend bemiddelen of consult geven.  Deze functie wordt steeds belangrijker.